Mijn tas is gestolen. Alles zat er in! Mijn nieuwe telefoon, sleutels, pasjes, van alles. Ik vertel dit aan een collega en een bewoner kijkt op. “Wat vreselijk he?” is zijn reactie. Ik beaam dit. “Maar goed, ik relativeer. Ik ben gezond, ik heb mijn pasjes geblokkeerd”. Toch kan ik het niet uitstaan! Mijn telefoon is niet verzekerd en een nieuwe kan ik niet betalen. We hebben het er even kort over en gaan weer over tot de orde van de dag. ’s Avonds help ik deze bewoner naar bed.
Hij kijkt me aan en zegt: ”Die foto van jou, die kaart van de stukjes die je schrijft, die staat bij mij onder Antonius.” Antonius van Padua. Ik moet even denken… maar dan gaat er een lichtje branden. Daar heeft de bewoner een beeld van in zijn appartement. Het is een belangrijke heilige in katholieke kringen. Daar wordt deze heilige aangeroepen om kwijtgeraakte zaken terug te vinden. Het aanroepen werkt met een spreuk: ’Heilige Antonius, beste vrind, maak dat ik m’n (zoekgeraakte spullen) vind.’
De bewoner kijkt me aan en zegt. “Ik denk dat het helpt.” Mijn foto staat dus onder Antonius, op de kamer van die bewoner. Ergens geeft dat me wel weer hoop. Is het bijgeloof? Is het gewoon hoop? Ik heb geen idee. Maar wanneer alle bewoners verzorgd zijn en op bed liggen, loop ik over de afdeling en ik mompel tóch een aantal keer, “Heilige Antonius, beste vrind, maak dat ik mijn telefoon terug vind.” Hopelijk werkt het.
“Wie bezuinigt op zorg, is sociaal gehandicapt” (Loesje)
Ik hoor graag jullie reactie!
Ik ben momenteel best veel bezig met mijn werk. Niet dat ik ineens meer uren werk, maar ik ben er meer mee bezig. Wil ik verder leren? Wil ik een nieuwe uitdaging? Wil ik op dezelfde afdeling blijven? Wil ik activiteitenbegeleidster worden? Of word ik alsnog full-time schrijfster? Allemaal vragen die me bezighouden. Niet dat ik het niet naar mijn zin heb hoor, integendeel. Maar ik ben 29 geworden en ik vraag me ineens van alles af. Kinderen of niet? Samenwonen? En wanneer dan? Zal ik op een sport gaan? Me aanmelden bij de weight watchers? Moet ik een hippe hobby?
Dat dus… Daarnaast schrijf ik elke week een dagboek op deze site, maar een echt dagboek is het niet. Ik laat niet veel van mezelf zien, meer van wat ik meemaak. Niet dat dat erg is. Maar deze week heb ik ineens de behoefte om meer te delen.
U kent mij misschien wel al een beetje… Ik sta er om bekend dat ik me druk kan maken om onrecht. Ik heb kwetsbare momenten, stampvoetmomenten en momenten waarop ik me even heel klein voel. En soms raakt mijn energie op. Dat komt dan vanzelf weer goed, maar nu dus even niet.
Hier krijg ik energie van!
Ik ben zo vreselijk moe! Ik heb het geluk dat ik nachtdiensten heb, momenteel. Ik slaap veel en lang, overdag. Ik heb geen energie. Of het aan het weer ligt, of aan mij, geen idee. ’s Nachts gaat het prima overigens. Er is weinig tijd om te zitten en dus weinig tijd om in te storten. Volgende week heb ik 5 dagen vrij. Daar kijk ik zo naar uit. En ik weet ook best dat ik het ga redden, met het beetje energie dat ik nu heb. Ik vond namelijk een envelop in mijn postvak, met een gelukspoppetje er in. Het is afkomstig van een familielid van een onlangs overleden bewoner. Op het begeleidend kaartje staat de volgende tekst;
Dank voor de hand die je toestak
Dank voor de zorg die je bood
Dank voor de woorden die je sprak
Dank voor wat je gaf; het was GROOT!
Dat kaartje geeft wel weer energie. Maar ik merk wel dat een vakantie welkom zou zijn. Ik ga al jaren niet op vakantie en mijn vakantiedagen neem ik nooit achter elkaar op. Dat heb ik dit keer wel gedaan. Met een beetje geluk, heb ik in september 3 weken vrij. Heerlijk! En tot die tijd geniet ik van de paar dagen vrij tussendoor. En wanneer ik mijn dertigersdip aan voel komen, pak ik het kaartje er even bij, voor wat nieuwe energie.
Cin, Volg je droom volg je hart. Ik ben trots op je!
van Mylène uit op 19-07-2010
Er is een nieuwe bewoner op de afdeling komen wonen. Een meneer. Dat vind ik persoonlijk fijn, want ik vind meneren heel anders dan mevrouwen. Er wonen best wat vrouwen op de afdeling en een enkele man. Mannen en vrouwen zijn heel verschillend, en dat is niet anders wanneer ze ouder zijn. Voor de variatie is het best fijn om er een man bij te hebben.
Echt dementerend vind ik hem niet, hij weet nog precies wie er bij het intake-gespek was en wie ik ben. Maar meneer is bij ons komen wonen, omdat hij niet tevreden was in een ander verpleeghuis. Daar waren de zusters niet zo aardig tegen hem, zegt hij. Ook zijn echtgenote heeft geen goed woord over voor het andere huis.
Nu ben ik helemaal niet van de concurrentie. Maar als ik dus hoor dat de zusters in het andere huis, het nogal irritant vonden dat meneer regelmatig alarmeert. En dat ze hem dan vaak vertelden dat hij moest blijven zitten, dan kookt mijn bloed van woede. Dan kan ik me heel goed voorstellen dat ze gekozen hebben voor een verhuizing.
Meneer alarmeert inderdaad vaak en hij zoekt veel bevestiging. Hij wil zich veilig voelen. Hij verontschuldigt zich regelmatig voor zijn acties. Wanneer hij naar het toilet moet, naar buiten wil, alarmeert, opstaat. Bij alles verontschuldigt hij zich. En dat hoeft niet, ik wil óók dat hij zich veilig voelt. Ik wil dat hij zijn leven op een fijne manier kan ervaren. Daar werken mijn collega’s en ik aan en het lijkt te lukken. Meneer reageert leuk op mijn collega’s en mij en kan aangeven wat hij wil, zonder zijn verontschuldigingen aan te bieden. Soms heeft hij nog wel de neiging om ’sorry’ te zeggen, maar het wordt al minder.
En zo hoort het. Dat vind ik ook een uitdagend aan mijn werk. Mensen moeten zich veilig voelen. Wanneer ik daar aan kan bijdragen, ben ik al best gelukkig.
ik hoop dat hij zich snel op zn gemak en thuis voelt :D
van Birgit uit op 13-07-2010
Deze temperaturen zijn voor niemand leuk. Het is op sommige dagen 32 graden. Heerlijk, wanneer je op het strand ligt. Maar zeer onhandig en plakkerig, wanneer je moet werken of wanneer je in een verpleeghuis woont. Gelukkig hebben we een hitteprotocol. Extra verstrekkingen als soep en ijs, zijn verkrijgbaar bij de keuken. Op het balkon is het goed toeven, het ligt de hele dag in de schaduw. Natuurlijk is er wel altijd iemand van de verzorging aanwezig, om toezicht te houden.
WK
Maar er zijn dagen bij dat er niemand op het balkon zit. Iedereen zit dan voor de tv. Het is niet de gewoonte om ’s middags de tv aan te hebben, maar het WK wordt ten slotte gehouden. En ‘wij’ doen nog mee. De heren discussieren over de manouvres, de dames over de kapsels en tatoeages van de spelers. Wanneer Nederland speelt hebben de heren altijd wel iets aan te merken, de dames vinden het prachtig wat de heren in oranje doen. Op de huiskamers hangt een oranje vlaggenlijn en wie wil, mag een pet op. Mits oranje, natuurlijk.
En zo vergeet men de hitte een beetje. Er wordt gekletst en gejuicht. Bewoners die wegdommelen, krijgen de kans niet met dat gejuich, maar dat is niet erg wanneer blijkt dat ‘we’ gescoord hebben. Ik volg het WK zelf ook. Alle wedstrijden probeer ik mee te pakken. Ik moet nu steeds werken wanneer Nederland moet spelen. Tenminste, wanneer ‘we’ door zijn, natuurlijk. En ik denk dat ik me best zal vermaken. Ik ben dan op de gang bezig, maar houd de score bij, door het juichen bij te houden. Dan ben ik nog net op tijd terug voor de herhaling. Ik kan toch niet tegen de spanning, laat mij maar bezig zijn.
Hihi klopt helemaal!! Ook de laatste zin, zoals ik die laast ondervonden heb!
van Renée uit op 06-07-2010