Cindy

Wagenziek in de rolstoel?

29 04 2010 | reacties (4) | reageren

Activiteiten in Frankeland gaan met de tijd mee. Dus naast de clubs waarin klassieke muziek centraal staat, de koffieclub of handwerken, heeft Frankeland ook rolstoeldansen. Elke woensdagmiddag gaat een aantal bewoners, met begeleiding, in de rolstoel naar het dansen. Dat is altijd hartstikke leuk en het gaat vaak goed. Vaak… dus niet altijd.

Want waar niemand aan gedacht had, was dat sommige bewoners wagenziek kunnen worden. Bewoners die daar last van hebben, krijgen voor uitstapjes naar bijvoorbeeld de Keukenhof of Blijdorp, een tabletje tegen wagenziekte. Sommige bewoners kunnen om die reden helemaal niet mee, aangezien een tabletje niet helpt. Maar dat je wagenziek kunt worden in de rolstoel, dat was mij niet bekend…

En ook mijn collega’s waren verbaasd toen er gisteren twee bewoners, vroegtijdig naar de afdeling werden gebracht. Ze hadden gebraakt. Beide bewoners hebben last van wagenziekte, dus die link was snel gelegd. Maar helaas wel te laat. Wie bedenkt er nu dat je in een rolstoel ook last van wagenziekte kunt hebben?

Mijn mijlpaal
Ik ben emetofoob, wat inhoudt dat ik niet tegen braken kan, maar daar vertel ik later nog wel eens over. Ondanks dat ik het heel moeilijk vind, heb ik toch mijn collega kunnen helpen met het omkleden van de bewoners. Terwijl zij aan het wassen was, zocht ik de kleding uit. Stelt weinig voor, zou je denken, maar voor mij is het een mijlpaal.

Achteraf was het best een grappige situatie. Voor de bewoners was het vervelend, maar wie had dan ook gedacht dat men ziek kan worden van het dansen? Ik, als emetofoob, ga het in ieder geval niet vergeten. Ik ga een tabletje voor het rolstoeldansen voorstellen, want helemaal niet mee kunnen is ook zo sneu.

reageer op deze blog >>

Ik was trots op je!! De kamer ingaan en helpen waar je kon!!! Schouderklopje-voor-Cindy!

van Renée Vink uit op 02-05-2010

Echt gebeurd

22 04 2010 | reacties (2) | reageren

Ik had een avonddienst vol chaos. Het was niet de eerste keer, en ook niet de laatste. Een dienst waarin prioriteiten stellen onmogelijk was. Wat ik meemaakte lijkt ongeloofwaardig, maar het is echt gebeurd. Ik neem u mee.

De dienst verliep niet vlekkeloos, maar zoals altijd ‘was het te doen’. Bewoners lagen op bed op een enkeling na, medicatie was gegeven, afwasmachine aan, huiskamers zo goed als opgeruimd.

Eén bewoner was onrustig en agressief. Hij stelde eisen waar wij onmogelijk aan konden voldoen en was flink verward. Hij dreigde met geweld, had zich weer aangekleed, wilde weg. Uit het niets sloeg hij me hard in het gezicht. Hij wankelde en viel achterover.

Een collega hielp hem overeind, terwijl ik een bewoonster naar bed bracht. Later checkte ik of de bewoner die gevallen was nadat hij me sloeg, letsel had. Mijn collega had hem inmiddels naar zijn appartement begeleid en hij mankeerde niets. Ik besloot te rapporteren. Bij de afdelingspost aangekomen, stond de bewoner bij de deur. Hij was nog steeds onrustig en bleef dreigen. Ik vertelde hem dat hij beter tot rust kon komen in zijn appartement en dat ik hem echt niet kon helpen. Meneer haalde weer uit en viel opnieuw. Dit keer met zijn hoofd tegen de deur van een appartement van een andere bewoonster.
Het bloed zat overal. Mijn collega kwam helpen, ik regelde een stoel. Ik belde de verpleegkundige met ambulante dienst, zij belde de arts. Ik controleerde of de bewoonster achter de deur waar de man tegenaan viel, nog sliep.

Op dat moment hoorden mijn collega en ik gegil uit een gang komen. De verpleegkundige bleef bij de gewonde man. We troffen een bewoonster op de grond van haar appartement. Ze was incontinent van ontlasting. We verschoonden haar en gingen terug naar de gewonde man. De arts hechtte de wond en uiteindelijk kalmeerde meneer.

Inmiddels ging de nachtdienst in. Ook daar was onze hulp nodig: een bewoner zat onder de dunne ontlasting.

Om elf uur ging mijn collega naar huis, ik dik een half uur later. Allebei werkten we langer door. De nachtdienst lieten we achter met rommel en chaos. Om half tien die avond was alles zo goed als op orde, om half twaalf lagen dezelfde taken er nog omdat er iets tussen kwam. En weer iets, en weer iets…

reageer op deze blog >>

Zo is er nooooit een dag hetzelfde!!! Al was deze avond zo te horen behoorlijk heftig.. :|

van Renée Vink uit op 02-05-2010

Het gevolg van gebrek aan tijd

15 04 2010 | reacties (5) | reageren

Ook ik maak me druk over de bezuinigingsvoorstellen. De gevolgen van een gebrek aan personeel zijn op onze afdeling al enige tijd voelbaar. We lopen zo’n drie personen onder bezetting. Dat zorgt voor druk, stress en irritatie. Over de irritatie bij familieleden wil ik graag twee voorbeelden geven. Niet om te zeuren, maar om te laten weten dat de druk niet alleen komt van het tekort aan tijd.

Voorbeeld 1
Zoon van bewoonster kan niet accepteren dat zijn moeder op onze afdeling zit. Hij neemt haar veel uit handen, zij herkent hem en ze weet precies wat ze moet zeggen om te verbloemen dat ze dingen vergeet. Zoon komt de gezamenlijke huiskamer in en hoort een medebewoonster zeggen dat ze “tussen de gekken” zit. Hij gaat flink tekeer tegen de dementerende vrouw, want hij voelt het als een aanval op zijn moeder. Hij loopt boos weg. Ik spreek hem aan. Zoon begint over wat hem dwarszit. In het weekend zit zijn moeder soms op een verkeerde stoel. Dan lopen er “hulpjes” rond en die “weten niks”. Of er is niemand in de huiskamer. Zeker vijf minuten lang. Klopt, maar daaraan kunnen we dus écht niks doen! Ik heb aangegeven dat wanneer hij zich stoort aan dingen, hij dat moet melden. Op dát moment. Hij “gaat dat zeker doen”.

Voorbeeld 2
Dochter van een mevrouw geeft aan dat haar moeder naar het toilet moet. Op dat moment haal ik net een tillift voor een andere bewoonster. Moeder is een half uur daarvoor ook al naar het toilet geweest, dus ik spreek af met dochter om de andere bewoonster eerst uit bed te halen. Vervolgens word ik geroepen, omdat iemand onwel is geworden. Ik vertel dochter dat ik zo snel mogelijk bij haar moeder kom. Korte tijd daarna smijt ze de deur van het appartement van haar moeder dicht, loopt met haar in de rolstoel de huiskamer in en richt zich tot de gastvrouwen. “Mijn moeder mag niet naar de wc.” Ik hoor dat en spreek haar hierop aan. Ze vond het te lang duren en geeft aan een klacht over mij neer te leggen bij de leiding.

Ik hoor de voorstellen en ik maak me druk. Mijn tijd voor de zorg is vooral schaars. En dat lijkt alleen maar erger te worden.

reageer op deze blog >>

Roos, ik weet het. Zo los ik het ook op. Ik maak me dan ook niet druk om de klacht, die er inderdaad waarschijnlijk niet komt. Ik maak me druk omdat de bezuinigingen zo'n impact hebben op zo veel levens. De frustratie bij familie is heel begrijpelijk. Dat vertel ik familie ook. Verdedigen is niet nodig, omdat ik niets verkeerd doe. Ik ben het aanspreekpunt. Maar bij wie klop ik aan? Het is zo'n vervelende spiraal, waar we samen in zitten.

van Cindy Plomp uit op 29-04-2010

Verborgen gebre.. uhm.. talenten!

08 04 2010 | reacties (3) | reageren

“Meneer B, zal ik u ook naar bed brengen?” Meneer B kijkt op vanuit zijn rolstoel en denkt na. Ik zie het aan zijn lichaamstaal. Zijn rechterhand houdt zijn linkerarm vast, hij staart vooruit en hij probeert zijn benen te kruisen. “Nou… in principe zou ik best mee willen met u”, antwoord hij met luide stem. “Maar eerst wil ik nog pianospelen, snapt u?”
Ik ben echt verbaasd. Normaal is meneer vrij stil. Er vallen hem wel dingen op in zijn omgeving, maar hij heeft nooit eerder laten weten dat hij een instrument bespeelt. Ik twijfel dan ook of het een serieuze opmerking is. Ik probeer even wat uit.

“Zal ik uw rolstoel bij de piano zetten? Er is er een aanwezig op de afdeling.”
“Best hoor, als het maar niet te ver is, ik moet namelijk ook nog naar Schiedam.”
“Daarna breng ik u naar Schiedam”, zeg ik. “Het is niet ver.”

Bij de piano aangekomen, zie ik een twinkeling in de ogen van meneer B. De rolstoel past niet goed achter het instrument, dus ik zet de stoel een beetje scheef. Met zijn rechterhand, de hand die hij het best kan gebruiken, gaat hij over de toetsen. Eerst een beetje onwennig. “Wat een rare toets, deze doet het niet eens!” roept hij net even te hard, terwijl hij het hout van de piano aanraakt. Ik schuif de stoel iets verder naar de piano en meneer B begint te spelen. Met slechts zijn rechterhand. Hij mist geen noot en ik haal een collega.. “Ik neem je even over, je moet even gaan kijken in de serre”, zeg ik. “Wat is er dan?”, vraagt mijn collega. “Ga maar kijken, ik zeg niks, dat verpest het.”

Wanneer ze terug is roept ze: “Wat leuk! Hij kan het echt, wist jij dat?”

Ik schud m’n hoofd. Vaak ontdekken we verborgen gebreken, maar verborgen talenten zijn er blijkbaar ook. Ook dat maakt dit werk zo leuk.

reageer op deze blog >>

Wat Leuk!!!!!

van Renée uit op 10-04-2010

Prioriteiten stellen

01 04 2010 | reacties (7) | reageren
onderwerp: , , ,

Prioriteiten stellen. Lastig is dat toch. Veel bewoners eisen een stukje aandacht op. Die roepen “zuster”, zoeken je op of maken gewoon een hoop lawaai. Of laten alles vallen, weigeren medicatie, willen naar het toilet, hebben trek, zoeken een familielid. Een zorgdossier bijwerken gaat dan niet. Evenals nagels knippen, kleding merken, begeleiden naar clubs. Een rinkelende telefoon wordt genegeerd, pauzes stellen we uit.

Familieleden klagen. Moeders nagels zijn te lang, kleding is zoek, medicatie is nog niet ingenomen, een hoorapparaat heeft een lege batterij, een ondergebit is zoek of er zit een vlek op een blouse. Volkomen terecht dat men dat een probleem vindt. Maar het is en blijft een kwestie van prioriteiten stellen.

Wanneer iemand naar het toilet moet, er iemand medicijnen moet en er iemand een complete bak vla over de kleding laat vallen, moet je ergens beginnen. Ik kies er dan voor om de vla even weg te vegen, de persoon die naar het toilet wil te begeleiden en vervolgens de tijd te nemen om medicatie te geven. Maar in de tussentijd gaat er een telefoon, een persoon komt ten val en een ander wil naar bed. Dan is het een kwestie van prioriteiten bijstellen.

Alle bijzonderheden moeten we rapporteren, dus we bellen de familie van de gevallen persoon. Die vlek op de blouse wordt van latere prioriteit. Maar dan is daar aan het eind van de dag de familie. Die zijn, terecht, best even boos. “Het spijt me, ik wilde een andere blouse aantrekken, maar had er geen tijd voor”, klinkt dan als een slap excuus. Maar het is echt wat er gebeurt. Wel willen, niet kunnen en een klacht op de koop toe.

De mensen die niet roepen, niet opvallen, krijgen soms te weinig aandacht. In alle drukte geldt helaas de wet ‘de sterkste overleeft’. Maar dat gaat zo tegen mijn gevoel in. Ik wil aandacht hebben voor de mensen die het wel nodig hebben, maar niet opeisen. Wanneer ik daar even tijd voor maak, komt een collega binnen. “Ah, Cindy. Je hebt even niets te doen? Wil je me helpen? Als we dat gedaan hebben, geef jij dan die mevrouw haar medicatie? Dan bel ik de familie van die meneer in de tussentijd.”

Niets te doen?? Persoonlijke aandacht is ook zo, zo belangrijk. Maar inmiddels voelt dat dus als ‘even niets te doen’. Heeft iemand een briljant plan om dit probleem te voorkomen?

reageer op deze blog >>

Heel herkenbaar cin! ik ga nog maar eens extra van mijn verlog genieten!haha!

van rianne uit op 16-04-2010

archief

Deze video kan niet worden weergegeven. Javascript staat uitgeschakeld, of u heeft nog een oude versie van de Adobe Flash Player. Download hier de laatste Flash Player.