Afgelopen week kregen we als team twee kaartjes via de post.
‘Voor alle hulpverleners van thuiszorg. Bedankt voor jullie goeie zorg voor mijn moeder. Jullie hadden zoveel geduld en stonden altijd voor haar klaar. Petje af voor jullie hoor! De kinderen.’
‘Lieve mensen, we willen jullie hartelijk bedanken voor de goede zorg die jullie ons hebben geboden. Fijn dat er ‘engelen’ op aarde zijn die je de helpende hand bieden door persoonlijke zorg en op emotioneel vlak. We hebben dit gewaardeerd en wensen jullie alle goeds.’
In een tijd waarin zorgen groot zijn, mogen wij familie ondersteunen. Dit doen we op een praktische manier. Door te zorgen dat alles thuis aanwezig is; van medicatie tot bed. Door tijd te nemen voor de lichamelijke verzorging. Door te zorgen dat andere hulpverleners op het goede moment ingeschakeld worden, van huisarts tot thuiszorgmedewerkers, voor het waken in de nacht. Maar niet alleen ‘praktisch’ zijn we aanwezig. We hebben ook een luisterend oor en bieden begeleiding in het ziekteproces. We proberen te anticiperen op situaties die nog gaan komen. We proberen de cliënt die gaat sterven en de familie een veilige en geborgen omgeving te bieden waarin ruimte is voor henzelf. Dit is mooi, maar ook ‘hard’ werken.
Niet altijd krijgen we hiervoor kaartjes, zoals deze week. En dat hoeft ook niet. We hoeven niet altijd zo letterlijk bedankt te worden. De grootste dank zie ik in het feit dat deuren voor ons opengaan. Op het moment dat verdriet groot is en afscheid nemen onvermijdelijk, worden wij welkom geheten.
Gelukkig zijn niet alle situaties waarin we terecht komen verdrietig. Het kan ook om kortdurende zorg gaan, wanneer iemand een ‘tijdelijke’ wond heeft. De zorg kan ook ‘levenslang’ zijn, als iemand chronisch ziek is of een handicap heeft. Dan geven we zorg op gebieden waarin de zelfzorg tekort schiet. Zo, dat mensen hun dagelijkse dingen kunnen blijven doen en thuis kunnen blijven wonen.
Maar altijd is er sprake van een situatie van afhankelijkheid, waarin de deur voor ons opengaat en we het leven van een ander binnenstappen. Dat is het mooie aan mijn vak. Daarom van mijn kant: bedankt voor jullie warm welkom!
Froukje, wat ontroerend geschreven. En zo daar waar het over gaat. En moet gaan wat mij betreft. Heel mooi. Mijn complimenten
van gea uit op 07-04-2010
Ik stapte uit de trein in Groningen, waar ik woon. Ik had er een lange dag op zitten; de ‘kick off’ van deze campagne. Ik ontmoette de redacteuren en medebloggers van ‘Mijn tijd voor de zorg’. Vanuit Groningen heel vroeg naar Utrecht en ’s avonds weer thuis. In mijn hoofd bedacht ik me hoe ik me aan jullie zou willen voorstellen. Ik wist het nog niet. Totdat ik uit de trein stapte.
Een man sprak mij aan. “Mag ik u iets vragen?”
“Ja hoor”, zei ik.
“Hebt u zestig cent voor mij voor het slaaphuis?”
Nu zeg ik vaak ‘ja’. Dat hoort bij mij. Maar deze keer zei ik ‘nee’, want dat heb ik geleerd.
Onze wegen scheidden en ik keek nog eens achterom. Ik zag dat hij een rugtas droeg. Laat ik nu dezelfde rugtas om mijn schouders dragen op dat moment, namelijk die van Thuiszorg Groningen. Op dat moment dacht ik: ik heb hem laten gaan! We hadden dus iets ‘samen’: die tas. Ik dacht, in mijn grote vertrouwen in de mensheid, dat hij deze tas waarschijnlijk van een collega had gekregen. Ik wilde hem achterna lopen, maar weg was hij.
Ik ging op zoek naar mijn fiets. En gelukkig… de man had een rondje gelopen en opnieuw kwamen we elkaar tegen. Ik vroeg of hij nog steeds op zoek was naar geld voor het slaaphuis en natuurlijk… dat was hij. “We hebben dezelfde tas”, zei hij. In mijn hoofd speelden vragen. ‘Welke weg heeft deze tas afgelegd, welk verhaal zit er in deze tas?’ Ik liet het aan mijn verbeelding over.
Onze wegen scheidden weer. En ik werd boos. Boos, omdat we er blijkbaar niet voor kunnen zorgen dat iedereen het ‘goed’ heeft. Ik werd bovendien verdrietig. Omdat ik dat in mijn eentje ook niet kan.
Dit ben ik… Froukje-Johanna (mijn roepnaam, in dit blog zal het Froukje worden), iemand met rechtvaardigheidsgevoel, waarin ik mijn grenzen nog steeds aan het ontdekken ben. Dat gevoel maakt mij in mijn beroep kwetsbaar, omdat ik ook als wijkverpleegkundige niet alles ‘goed’ kan maken.
Willen jullie de komende tijd met me ‘meelopen’ tijdens mijn werk? Ik heb namelijk een heel mooi vak, dat weet ik zeker. En dat weten jullie straks ook!
Hoi Froukje, Wat een mooie manier om jezelf voor te stellen! Je bent een bijzonder mens. Ik kijk nu al uit naar je volgende stukjes. Suc6
van Irene uit op 30-03-2010