Een uitnodiging om een gastblog te schrijven over mijn ervaringen in de VVT (verpleging-, verzorging- en thuiszorg) stuit op het aangename probleem dat ik daar geen ervaring mee heb. Noch ikzelf, noch mijn dierbaarsten hebben zulke zorg tot dusverre nodig gehad. Dat kan natuurlijk vandaag nog veranderen.
Wel ben ik op bestuurlijk vlak in aanraking geweest met met name de thuiszorg. Ik ben betrokken geweest bij de tot standkoming van ActiZ en recent had ik het voorrecht een studiegroep te mogen voorzitten die zich heeft gebogen over de toekomst van de zorg thuis: nieuwe trends, nieuwe kansen.
In de tot 9 juni gehouden verkiezingsstrijd is de zorg geregeld aan bod gekomen. Hoe blijft zorg betaalbaar? Wie betaalt wat? Wat vinden we van marktwerking in de zorg? Is marktwerking vooral hardvochtig, of vooral efficiënt? Men leze ook het onlangs verschenen boek van Theo Poiesz en Jo Caris: ‘Ontwikkelingen in de Zorgmarkt’, een standaardwerk.
Zorg kan zijn de vrees dat iets verkeerd zal aflopen, zorg in de zin van de VVT is de moeite die wordt gedaan om het mensen met problemen zo prettig mogelijk te maken, of wel toewijding. Ik ben er van overtuigd dat veruit de meeste mensen die zorg nodig hebben het gelukkigst zijn als ze zoveel mogelijk de regie over hun eigen leven kunnen houden. Bijna iedereen die zorg nodig heeft blijft het liefst zo lang mogelijk thuis. De techniek biedt in dit opzicht steeds weer nieuwe mogelijkheden. Domotica is een nieuw woord dat staat voor een naadloos onderling verbonden elektronisch netwerk in ons huis. Dat en nieuwe bouwvormen maken de zelfredzaamheid voor mensen met een chronische ziekte, of met ouderdomskwalen, groter. Het is gewenst dat zorgvragers meer en meer opdrachtgever kunnen zijn van zorgaanbieders, dat ze een zorgpakket kunnen kiezen dat aansluit bij hun wensen.
Techniek, vraag en aanbod, marktwerking, het zijn woorden waarmee aan het begrip zorg maar zeer gedeeltelijk recht wordt gedaan. Handen aan het bed zijn, als het goed is, zorgzame handen. Voor veel zorgverleners is de drijfveer in de eerste plaats de wens om er te zijn voor mensen die hen nodig hebben. Ze werken hard, voor een bescheiden inkomen. Er wordt in de politiek veel gesproken over de stijgende kosten van het zorgstelsel, over de toenemende vergrijzing en het dreigende tekort aan werknemers in de zorg, over het gebrek aan doelmatigheid en de noodzaak tot kostenbeheersing. Terecht. De zakelijke kant mag niet over het hoofd worden gezien. Maar daardoor lijkt het soms of we vergeten dat het in de eerste plaats gaat om menselijkheid, om ethiek, om rechtvaardigheid. Ik heb er eens, ter gelegenheid van een jubileum, enkele rijmende regels over geschreven, waarvan het slot hieronder staat. Toegegeven, een beetje sentimenteel, maar het raakt wel de essentie en die mag niet worden vergeten.
Je werkt niet in de zorg voor het gewin.
Compassie geeft het leven werkelijk zin.
Sta even stil bij werkers in het veld.
Geloof nog in de kracht van idealen.
’t Zijn niet budget, begrotingsruimte, geld,
die kwaliteit bepalen.
Voor hart en hand van zorgverleners geldt:
ze zijn niet te betalen.
Jan Terlouw
schrijver
Ik ben het met Jan Terlouw eens dat je niet voor "het gewin" in de zorg gaat werken. En ja, het klopt ook dat mensen die voor de zorg kiezen dit vaak uit compassie doen. Eénmaal op de werkvloer aanbeland is het echter uit met de romantiek: weinig personeel, hard werken en weinig tijd voor een praatje. Hier moet ook een goede verdienste tegenover staan, anders stromen mensen na een tijdje gedesillusioneerd uit.
van Birgit Voorn uit op 30-06-2010