Engeltje aan de macht

23 04 2010 | reacties (0) | reageren

Het was tijdens een congres. Een groot congres voor medewerkers uit de zorg. Er zouden lezingen zijn, workshops en discussiegroepen. Ik was er om voor te lezen uit mijn boek.

’s Ochtends, toen iedereen binnen druppelde, zijn jas ophing en een kopje koffie bestelde in de aula, wandelde een opvallende vrouw binnen. Ze viel op, omdat ze een felrood mantelpakje droeg en hoge hakken. Een van de organisatoren, met wie ik in gesprek was, verontschuldigde zich en stevende op haar af. ‘Daar ben je!’ riep hij. Ze gaven elkaar drie zoenen. Plotseling herinnerde ik me in het programmaboekje gelezen te hebben dat de dag feestelijk zou worden geopend. Door een politica.

‘Aangenaam’, zei ik. Ze waren mijn kant op gekomen. ‘Wat een goed initiatief is dit toch’, zei de vrouw. Zelf had ze ook in de zorg gewerkt, zei ze, als thuishulp en verpleegster. Ze vond het prachtig werk. Maar ook zwaar. Loodzwaar. Daarom wilde ze er nu alles aan doen om de situatie voor zorgverleners en zorgbehoevenden te verbeteren. ‘De stem uit de zorg moet luider klinken’, zei ze ferm. Mooi, dacht ik. Eindelijk eens iemand met praktijkervaring in de Kamer. Hopelijk werd ze ooit minister. Ze had een schattig accent.

Het zaallicht dimde en de gesprekken verstomden. De organisator had een paar huishoudelijke mededelingen, zei hij. Waarom niet meteen premier? mijmerde ik. Ze was nog geen veertig, ze was vlot in de omgang en aardig om te zien. En dus enorm sociaal. Rechtstreeks van het verpleegbed weggelopen.

‘Goedemorgen!’ Ze was het podium opgelopem en glimlachte naar de zaal. ‘Ik vind het een eer om hier te zijn. Jullie zijn zo ontzettend waardevol!’ Applaus. ‘Ik weet uit ervaring hoe zwaar het is om onder sommige omstandigheden goede zorg te verlenen. Er zijn eigenijk altijd te weinig handen aan het bed.’ Weer applaus. ‘We moeten het met elkaar doen, we moeten er voor elkaar zijn. Maar we moeten ook onze stem laten horen naar de politiek. Zodat zij weten wat er veranderd moet worden. Samen een oplossing zoeken voor de zorg. Een betere toekomst voor jullie en voor de hulpbehoevenden.’ Er werd luid geklapt.

Huh? Ik ging rechtop zitten. Even leek het alsof ze een volmaakte parodie van een Haagse politicus maakte. Ze nam een slok water en ging door, met hamerende stem. ‘Het is een stukje verantwoordelijkheid voor ons allemaal. Meer tijd, meer mensen, meer beloning.’ Maar ze lachte oprecht toen er weer applaus klonk.

De stem die een paar jaar geleden nog bemoedigende woordjes prevelde in grote oudemensen-oren, repeteerde nu holle frasen, applaustrekkers en dooddoeners. Klaar om straks campagne te voeren in het land. Hoewel, daar was ze al mee begonnen. Waar was de lieve zuster van daarnet gebleven?

‘Den Haag maakt van iedereen een ego, hongerig naar kiezers, beantwoordde de organisator mijn onthutste blik. We stonden weer in de aula, de jonge vrouw was nog bij het podium, waar een paar bezoekers haar aanklampten. ‘Zelfs van dit engeltje. Zetels en macht gaan ten koste van alles.’ Bijna achteloos zei hij het.

‘Nou, dag he.’ Een beetje onhandig zwaaide ze, kwam toen toch nog even bij ons staan. Zo moest ze ook de eerste weken in het Binnenhof hebben rondgelopen. ‘Was het wat?’ vroeg ze. Ik glimlachte, durfde niets te zeggen. De organisator knikte langzaam, aarzelde even en zei toen: ‘Je hoorde hoe enthousiast ze waren.’

Het was tijdens een congres. Een groot congres voor medewerkers uit de zorg. Er zouden lezingen zijn, workshops en discussiegroepen. Ik was er om voor te lezen uit mijn boek.

’s Ochtends, toen iedereen binnen druppelde, zijn jas ophing en een kopje koffie bestelde in de aula, wandelde een opvallende vrouw binnen. Ze viel op, omdat ze een felrood mantelpakje droeg en hoge hakken. Een van de organisatoren, met wie ik in gesprek was, verontschuldigde zich en stevende op haar af. ‘Daar ben je!’ riep hij. Ze gaven elkaar drie zoenen. Plotseling herinnerde ik me in het programmaboekje gelezen te hebben dat de dag feestelijk zou worden geopend. Door een politica.

‘Aangenaam’, zei ik. Ze waren mijn kant op gekomen. ‘Wat een goed initiatief dit toch’, zei de vrouw. Zelf had ze ook in de zorg gewerkt, zei ze, als thuishulp en verpleegster. Ze vond het prachtig werk. Maar ook zwaar. Loodzwaar. Daarom wilde ze er nu alles aan doen om de situatie voor zorgverleners en zorgbehoevenden te verbeteren. ‘De stem uit de zorg moet luider klinken’, zei ze ferm. Mooi, dacht ik. Eindelijk eens iemand met praktijkervaring in de Kamer. Hopelijk werd ze ooit minister. Ze had een schattig accent.

Het zaallicht dimde en de gesprekken verstomden. De organisator had een paar huishoudelijke mededelingen, zei hij. Waarom niet meteen premier? mijmerde ik. Ze was nog geen veertig, ze was vlot in de omgang en aardig om te zien. En dus enorm sociaal. Rechtstreeks van het verpleegbed weggelopen.

‘Goedemorgen!’ Ze was het podium opgelopem en glimlachte naar de zaal. ‘Ik vind het een eer om hier te zijn. Jullie zijn zo ontzettend waardevol!’ Applaus. ‘Ik weet uit ervaring hoe zwaar het is om onder sommige omstandigheden goede zorg te verlenen. Er zijn eigenijk altijd te weinig handen aan het bed.’ Weer applaus. ‘We moeten het met elkaar doen, we moeten er voor elkaar zijn. Maar we moeten ook onze stem laten horen naar de politiek. Zodat zij weten wat er veranderd moet worden. Samen een oplossing zoeken voor de zorg. Een betere toekomst voor jullie en voor de hulpbehoevenden.’ Er werd luid geklapt.

Huh? Ik ging rechtop zitten. Even leek het alsof ze een volmaakte parodie van een Haagse politicus maakte. Ze nam een slok water en ging door, met hamerende stem. ‘Het is een stukje verantwoordelijkheid voor ons allemaal. Meer tijd, meer mensen, meer beloning.’ Maar ze lachte oprecht toen er weer applaus klonk.

De stem die een paar jaar geleden nog bemoedigende woordjes prevelde in grote oudemensen-oren, repeteerde nu holle frasen, applaustrekkers en dooddoeners. Klaar om straks campagne te voeren in het land. Hoewel, daar was ze al mee begonnen. Waar was de lieve zuster van daarnet gebleven?

‘Den Haag maakt van iedereen een ego, hongerig naar kiezers, beantwoordde de organisator mijn onthutste blik. We stonden weer in de aula, de jonge vrouw was nog bij het podium, waar een paar bezoekers haar aanklampten. ‘Zelfs van dit engeltje. Zetels en macht gaan ten koste van alles.’ Bijna achteloos zei hij het.

‘Nou, dag he.’ Een beetje onhandig zwaaide ze, kwam toen toch nog even bij ons staan. Zo moest ze ook de eerste weken in het Binnenhof hebben rondgelopen. ‘Was het wat?’ vroeg ze. Ik glimlachte, durfde niets te zeggen. De organisator knikte langzaam, aarzelde even en zei toen: ‘Je hoorde hoe enthousiast ze waren.’


Jet Berkhout

schrijver

Deze video kan niet worden weergegeven. Javascript staat uitgeschakeld, of u heeft nog een oude versie van de Adobe Flash Player. Download hier de laatste Flash Player.