Ik zit aan de computer. Hoog tijd voor rapportage. Het is erg belangrijk in de zorg dat iedereen kan zien wat er zich afspeelt, wat we doen, hoe we het doen en vooral of het iets oplevert. Ik noteer: Bewoonster heeft veel last van de opmerkingen van Mevrouw Meiske. Ze zit niet lekker in haar vel. Is vaak opzoek naar haar moeder, zit afgezonderd op een stoel en pendelt heen en weer tussen haar appartement en de huiskamer. Terwijl ik hier zo mee bezig ben, komt ze net naar me toe. Ze kijkt me aan en zegt:
“Hebt u iets moois voor mij om vanavond aan te doen?”
Ik kijk op en zeg: “Hoezo, gaat u uit vannacht?”
Ze kijkt me aan, begint prompt te huilen en loopt weg.
Potverdorie, verkeerde aanpak. Ik ga meteen achter haar aan. Mevrouw zit inmiddels aan haar tafel te huilen. Ik vraag of ik bij haar mag komen zitten en bied mijn excuses aan. Ze kijkt me aan en zegt: “Ik weet het niet meer, ik wil dood.”.
Ik schrik en sla een arm om haar heen. “Is het zo erg?”
“Ja”, huilt ze, “ik weet niets meer. Ik wil naar mijn moeder. Ik ben alles kwijt. Ik ben zo verdrietig, ik wil gewoon dood.”
Ik zeg haar dat ik het wel begrijp: “Het valt ook niet mee als u altijd zelfstandig woonde en werkte en voor iedereen klaarstond. En nu vergeet u alles, dat moet u veel verdriet geven.” Ze vertelt me wat ze voelt en doormaakt. Ik probeer haar te troosten en haar het gevoel te geven dat ze alles kan zeggen, dat het veilig is. Na een poosje vraag ik of ze het fijn vindt om even alleen te zijn.
Tien minuten later kom ik met twee kopjes koffie en een koekje bij haar binnen. Haar ogen zijn rood van het huilen, maar de gedachten zijn weg. Ze kijkt me blij aan en vraagt: “Vanwaar deze eer om hier koffie te komen drinken?” Ik lach en zeg: “Ik dacht laat ik eens even bij mijn vriendin op de koffie gaan!”
Als ik opnieuw achter de computer zit om over haar emotionele toestand te rapporteren, blijkt dat ook andere disciplines met mevrouw bezig zijn geweest. Er is een onderzoekje gedaan en mevrouw heeft nu medicatie gekregen tegen depressie. Gelukkig gaat het al snel weer goed met m’n vriendin en zetten we samen de boel weer op z’n kop. En kan ze beter tegen de opmerkingen van Mevrouw Meiske. Hoera voor het systeem.
Mevrouw Meiske denkt dat ze van adel is. In haar leven maakte ze veel mee. Wat precies, is niet na te gaan. Ze is al heel lang alleen, zonder familie. Mevrouw Meiske is dol op mooie sieraden en mooie kleren. Wil graag gelakte nagels en een lekker geurtje op. Haar bewegingsvrijheid is beperkt (rolstoel, eten met hulpmiddelen), maar praten kan ze als de beste. Ze vertelt uitvoerig over haar leven, het hebben van bediendes en de verschrikkingen die ze heeft moeten doorstaan. Soms moet ik ingrijpen. Als ze doordraaft en de dingen respectloos benadert. Daar heeft ze nogal een handje van. Dan neemt haar fantasie de overhand, maar ja, onze mensen geloven ieder woord.
Als haar iets dwars zit, doet ze vervelend tegen medebewoners. De laatste tijd is steeds vaker één iemand het mikpunt van haar wrok. Dan grijp ik meteen in. Ik vraag haar of ze wil ophouden met het zeggen van die verschrikkelijke dingen, maar meestal hoort ze me niet eens.
Om de anderen te beschermen neem ik Mevrouw Meiske mee naar haar appartement. Ik heb er al vaak met haar over gehad. Ze is dan overprikkeld en krijgt weer rust op haar kamer, maar bij mij voelt het niet goed. Natuurlijk is het soms nodig om de bewoners te beschermen, ze beginnen te huilen of gaan rondjes lopen en zijn erg van streek. Maar als ik deze vrouw weghaal uit de huiskamer, voelt dat toch als een armoedige oplossing. Gelukkig praten we er altijd over. Ik spreek steeds af na tien minuten terug te komen. In het begin moest ze vaak lachen als ik weer in haar appartement kwam. Dan schetterde ze: “Jij bent lekker boos hè? Dat zie ik wel!” Nu weet ze beter. Ze zegt dat ze het fijn vindt dat ik deze stappen onderneem. Mevrouw Meiske kan zichzelf niet afremmen, dat lijkt me zo’n machteloos gevoel.
Ik heb gelukkig even de tijd en dat komt goed uit, want als Mevrouw Best wil eten, moet je daar gebruik van maken. Meestal heeft ze al na twee happen genoeg gehad. En vanochtend heeft Mevrouw Best wel trek in een eitje. Als de broodjes zijn gesmeerd, en iedereen aan tafel zit, ga ik naast haar zitten. Ze zit in een rolstoel, ziet niets meer, leeft door haar blindheid en dementie compleet in haar eigen wereld. Ik zet een glas koude melk en een gekookt eitje voor haar neer. Met zout, want dat vind ze lekker. Maar ik heb nog wat. Haar medicijnen. En dat is bij Mevrouw Best, best lastig. Ze wil geen medicijnen, als het enigszins lukt spuugt ze haar pillen uit en kun je ze gaan zoeken op de grond.
Hoe pak ik dit nu handig aan, denk ik bij mezelf. Laat ik het maar gewoon bespreken deze keer. Dus ik zeg haar dat ik naast dit lekkere ontbijtje ook nog een pilletje heb.
“Oh, nee, dat wil ik niet hoor”, roept Mevrouw Best meteen.
Ik pak haar hand en vraag hoe het komt dat ze haar pillen niet wil innemen.
“Het is vergif! Jullie willen mij vergiftigen!”
“Oei”, zeg ik, “het is wel een mooi roze pilletje hoor, van de huisarts gekregen, dat lijkt me toch geen vergif?”
“Nee zeg, ken jij hem dan?” houdt Mevrouw Best af.
“Ja,” zeg ik. “En mevrouw, denkt u nu echt dat ik u wil vergiftigen? Terwijl ik zo’n lekker eitje heb voor u heb? Weet u wat, ik geef u het pilletje met een stukje ei en een slokje melk, dan gaan we eens kijken of het lukt.”
“Oké,” klinkt het tot mijn grote verbazing. En zo gezegd, zo gedaan. “Wat ben ik trots op u dat u zo’n groot tablet ineens inslikt.” Ze knijpt in mijn hand en zegt: “Goed hè, van mij?”
We eten het eitje met smaak op en kletsen nog een beetje samen. Pfoe, dat liep gesmeerd.
Goed van jou Winni. fijn weekend
van j.j. uit op 16-04-2010
Het is een rommelige ochtend. Mevrouw Boot heeft het hoogste woord. Ze had vannacht een lange man aan haar bed. Ja, er was toetergeluid in haar kamer en dat hield maar niet op. Ze kon er niet van slapen. Uiteindelijk heeft de zuster van de overkant haar geholpen. “Die heeft die lange man gebeld en die is vannacht dat geluid uit komen zetten.”
Ik vraag: “Was dat onze klusjesman? En was die in pyjama?”
“Nou, da weet ik niet meer hoor hij was wel heel lang, veul te lang voor mij.”
“Ja, zegt Mevrouw van Zutven wij waren in de nachtmis.”
“Das helemaal niet waar want daar was ik ook”, zegt mevrouw Boot.
Ik probeer een beetje te sturen. Inderdaad hebben we op zaterdagavond een mis in huis, maar die is gewoon om 19.00 uur. Ondertussen is Mevrouw van de Zorg ook gealarmeerd en zegt: “Nou nou, we hoeven toch niet zo te mopperen tegen elkaar?” Waarop mevrouw Boot prompt opstaat en boos wegloopt, de twee oudjes ontdaan achterlatend. Ik grijp niet in. In ieder gezin is wel eens wat, en het hoeft niet altijd koek en ei te zijn. Terwijl ik verderga met tafel dekken, zoekt ieder zijn plekje in de huiskamer. Ik heb heerlijke broodjes en een gekookt eitje.
Als Mevrouw Boot terugkomt is er bij haar geen vuiltje meer aan de lucht. Wel herhaalt ze steeds dat er vannacht zo’n herrie was en dat ze weinig heeft geslapen. Mevrouw van Zutven kiest voor zekerheid en zegt dat ze het geluid ook hoorde. Mevrouw Best is het een beetje beu. Ze heeft trek en wil wel een eitje. Na een tijdje begint iedereen het verhaal van Mevrouw Boot een beetje zat te worden. Ineens dondert mevrouw Best: “Als iedereen nu eens naar huis gaat dan kan ik naar bed. Nee, er wordt geen koffie meer geschonken! Ik ben moe en wil naar bed.” Nou daar is niemand het mee eens en het groepje morrelt wat.
Even later breng ik Mevrouw Best naar haar appartement. Ik zet een muziekje op, leg een dekentje over haar heen en kantel haar rolstoel. “Dank je”, zegt ze “gelukkig is iedereen naar huis. Het was zo druk en dat alleen om die lange man.” Als ik terug ben in de huiskamer pak ik het boek jeugdherinneringen en begin er een stukje uit voor te lezen. Binnen enkele seconden is iedereen weer terug in zijn tijd.
Zo herkenbaar! Wat een lange man niet allemaal teweeg kan brengen he! Gelukkig dat de sfeer ook weer omgebogen kan worden naar huiselijke gezelligheid. Daar ligt ook jouw kracht Winni!
van Petra uit op 15-04-2010
“Vijf cent voor uw gedachten”, zeg ik.
Mevrouw van de Zorg kijkt me aan en antwoordt: “Dat kan ik echt niet zeggen hoor!”
“Nou, u mag het proberen. Ik kan goed luisteren en misschien kan ik u op weg helpen.”
“Eh”, stamelt mevrouw, “er is vandaag iemand jarig en ik ben zo bang dat ik die mevrouw of mijnheer vergeet te feliciteren.”
Ik glimlach en zeg: “Wat lief dat u daar bezorgd over bent. Kent u Mevrouw van de Zorg toevallig? U weet wel, die aardige mevrouw die mij altijd en overal mee helpt. Die voor iedereen een goed woordje heeft en zo positief in het leven staat.” Ik loop met haar op naar haar appartement, terwijl ze me bedenkelijk aankijkt. Als we voor haar deur staan wijs ik: “Kijk deze mooie lieve vrouw is jarig vandaag.”
Ze kijkt naar de foto van zichzelf en begint te lachen: “Het is vandaag dus 8 maart?” Voordat ik de kans krijg om haar te feliciteren, pakt ze me vast en geeft me een dikke zoen. “Hè”, zegt ze “wat ben ik opgelucht.”
Dan moeten we snel gaan ontbijten, want zo komt de familie op bezoek.
‘s Avonds zijn we terug in het appartement van Mevrouw van de Zorg. Ze heeft genoten vandaag, maar is nu doodop. Ik vraag of ze wat druiven wil, kan ze die lekker in haar luie stoel opeten. Terwijl ik de rozen in de vaas zet, komt ze naast me staan en trekt zo een rozenknop van een steel af. Ik kijk haar aan en vraag wat ze er mee wil gaan doen. ‘Opeten natuurlijk’ is het antwoord.
“Kom maar, zeg ik snel, “dan was ik ze even.” Ik pak de rozenknop, rommel wat en geef haar het schaaltje met druiven terug. Maar Mevrouw van de Zorg heeft het door: “Goh, ik dacht dat dit de druiven waren, wil ik me daar toch een roos opeten?” Ik schiet in de lach: “U ziet toch ook alles hè!”
Later, als mijn dienst erop zit, loop ik door de gang. Ineens vliegt de deur van Mevrouw van de Zorg open. Daar staat ze dan. Slaap in de ogen, haren die alle kanten op pieken, pyjamabroek tot de borst opgetrokken, als een grote kleuter die je wel kunt opvreten. Iemand heeft haar geroepen, zegt ze, ze moet iemand helpen. Ik knuffel haar en loop met haar de kamer in. Blijf nog even bij haar op bed zitten. Ze heeft die nacht heerlijk geslapen gelukkig.
Hoi Winni, Iedere keer verras je me weer hoe je meegaat met je mensen in hun wereld, hen in hun waarde laat en waardeert. Het lijkt zo gemakkelijk omdat jij dat van nature hebt. Toch hoop ik dat je ziet dat het heel bijzonder en waardevol is wat je je bewoners biedt!
van Irene uit op 13-06-2010