Winni

Tweestrijd

25 06 2010 | reacties (0) | reageren

Mevrouw van Zutphen is vandaag niet in haar hum. Alles loopt verkeerd. Nu zijn haar kleren niet goed: “Die horen in het andere huis, die zijn al oud.” En de boterham met gebakken ei is ook niet lekker: “Koud!” Ik loop naar mijn collega bij het aanrecht. We merken dat Mevrouw van Zutphen aan het veranderen is. En dat komt haar humeur niet ten goede. Gelukkig wordt ze erg in de watten gelegd door haar dochters. Heel leuk om te zien. Ze doen haar elke zaterdagmiddag in bad in onze sfeerbadkamer. Hier zit een luxe bad in, we hebben lekkere geurtjes, massageolie, een rustgevend muziekje en in het plafond blinken, als sterren aan de hemel, kleine lichtjes. Met de wandschildering op de achtergrond lijkt het net of je op een zwoele zomeravond aan zee zit.

Even later komt Dochter van Zutphen binnen. Ze vraagt aan me hoe met met haar moeder gaat. Als we verder praten vertelt ze dat ze het moeilijk heeft met de toestand van haar moeder. Want moeder krijgt steeds meer probleempjes en is heel emotioneel waar het bepaalde kleding betreft. Dochter van Zutphen is in tweestrijd. Moet ze de kleren die pijnlijke herinneringen weghalen, of juist niet? Dat pakje wat ze droeg op vaders begrafenis? Zomaar weghalen, zonder overleg?
Ik snap de tweestrijd wel. Ik leg haar uit dat dementerenden zintuiglijke ervaringen vaak het langste onthouden en dat de gevoelens die daarbij horen diepgeworteld zijn in het geheugen. Je kunt je afvragen wat de kleding meer oproept, verdrietige gevoelens of positieve herinneringen. We praten nog even verder tot Moeder van Zutphen haar dochter in de gaten krijgt.

Als later dochterlief weer naar huis gaat, komt ze nog even bij me langs. Ze geeft me een hand en bedankt me hartelijk voor de uitleg. Ze heeft haar besluit genomen. Ha, dat voelt goed. Dit zijn momenten waarop ik blij ben dat ik even de tijd kan nemen. Je draagt zorg voor je cliënten, maar daar hoort de zorg van familie ook een beetje bij, want samen moeten we verder.

Ouderen slachtoffer van mishandeling

17 06 2010 | reacties (6) | reageren

Een heftige uitzending van Netwerk. Er worden jaarlijks zo’n 130.000 ouderen mishandeld in zorghuizen zeggen ze.

Het is natuurlijk verschrikkelijk als een mens wordt mishandeld. Dat mag en kan niet. Maar schieten we er iets mee op om een blacklist aan te maken? Wat helpt het om een zware straf op dit soort zaken te zetten? Ik denk dat het beter is om de oorzaak van dit probleem aan te pakken, te kijken hoe het komt dat dit gebeurt en daar tijd, geld en energie in te steken. Mensen die in de zorg werken zijn ook gewoon mensen. Ze hebben hun beperkingen maar zeker ook hun kwaliteiten. Wat denk je dat er gebeurt in een fabriek waar 60 mensen werken en waar eigenlijk werk is voor wel 100 mensen? Daar ligt de werkdruk hoog en neem van mij aan dat daar ook fouten worden gemaakt.

Een fout in de productie of een fout tijdens het verzorgen van mensen is een wezenlijk verschil. Dat snap ik ook. Maar kunnen we dan niet eens eindelijk het probleem aanpakken? In plaats van altijd maar met het vingertje wijzen? En ridicule straffen uit gaan delen?

Misschien moeten we ieder mens verplicht stage laten lopen in de zorg, in plaats van de dienstplicht. Zodat ieder mens ervaart hoe het is om te zorgen voor medemensen die dat zelf niet meer kunnen. Prent in het achterhoofd dat je zelf ook ooit in deze situatie terecht kunt komen. En dat we moeten knokken voor voldoende middelen in de zorg, zodat onze medemensen een waardig bestaan hebben.

Het is zo gemakkelijk om met fouten te scoren. Er gaat heel veel goed in de zorg. En daar wordt nauwelijks iets mee gedaan. Maak het maar eens zichtbaar – zoals hier op Mijn tijd voor de zorg – daar kunnen anderen wat van leren.

reageer op deze blog >>

Wie zegt dat de verhalen kloppen? Driekwart wordt bij elkaar gelogen.

van eRIK uit op 02-07-2010

Mezelf verliezen

11 06 2010 | reacties (3) | reageren

Stel je nu eens voor. Je hebt een sollicitatiegesprek, de baan van je dromen. Om 10.00 uur precies sta ik voor het gebouw. Ik ga naar binnen, de deur valt dicht. Voor mijn neus de balie. De vrouw erachter kijkt op. Ik vertel dat ik afspraak heb met de heer Huppelepup. Ze kijkt me vreemd aan en zegt dat er niemand werkt die zo heet. Ze wil wel even in het boek kijken of de naam klopt. Hmm klinkt het, uw naam staat er ook niet in. Hè? denk ik, heb ik het zo mis? Ik vraag of ik Huppelepup zelf mag zoeken. Dat mag. Ik dwaal door lange gangen met heel veel deuren. Mijn voetstappen klinken hol. Aan iedereen die ik tegenkom vraag ik waar mijnheer Huppelepup toch zit. Niemand weet het. Ik ga langer hoe meer twijfelen. Krijg het warm. De lucht in het gebouw staat me plotseling tegen. Ik moet hier weg denk ik. Maar ik zie alleen maar lege gangen en deuren of mensen die me aankijken en zeggen dat het niet kan wat ik wil. Waar is die uitgang? Ik krijg het nog warmer. Waar kwam ik toch vandaan?

Als je vader of moeder voor je ogen verandert is dat heel onwezenlijk. Familieleden van dementerenden hebben het vaak erg moeilijk. Je ziet je papa of mama de grip op het leven verliezen. Zichzelf verliezen. En dat terwijl je beeld is dat je ouders altijd voor je zullen zorgen. Dat je altijd bij ze terecht kunt. In ieder gezin komt er een punt dat de rollen beginnen om te draaien. Als ouders oud worden, zullen hun kinderen meer voor ze gaan zorgen. Dat heeft impact. De kwetsbaarheid van de mens komt aan het licht. Bij kinderen waarvan de ouder dementeert, gaat dit veel verder. Je moet veel dagelijkse taken overnemen. Goed op je vader of moeder letten en er ondertussen aan zien te wennen dat zijn of haar persoonlijkheid sterk verandert.

Het is een proces dat heel pijnlijk kan zijn. Je ziet de dementerende kampen met verwarring en verdriet. In het begin beseft deze zelf heel goed dat hij/zij steeds meer dingen vergeet. Als ik een afspraak vergeet of mijn autosleutels kwijt ben, dan raak ik al een beetje in paniek. Mensen met dementie moeten hier continu mee omgaan. Willen vaak de buitenwereld niet laten zien hoe erg het is. Wringen zich in allerlei bochten om alles te verbloemen. Met veel bravoure, door overdreven te reageren of overal een grap van te maken. Maar ook door zichzelf terug te trekken en zo min mogelijk te communiceren. Het ergste wat je kunt overkomen is toch jezelf verliezen?

Hoe welkom is dan die troostende schouder. Hoe fijn is het dat je iemand tegen komt die je begrijpt en die naar je luistert en je verder op weg helpt. Die de tijd neemt voor jou waardoor je onrust of verdriet wordt erkend en je je gevoel van waardigheid behoudt.

reageer op deze blog >>

Hoi Winni geweldig als je dit leest is het herkenbaar een zeker voor diegene die een fammillielid hebben.

van wil van rijbroek uit op 15-06-2010

Andere praat

04 06 2010 | reacties (3) | reageren

Ik schrik elke keer weer als ik terugkom. Na twee weken heerlijk genoten te hebben van mijn vakantie, ben ik weer terug op mijn honk. Ik pak een kopje koffie en ga bij de mensen zitten. Ze hebben ontzettend ingeleverd, vind ik Dat zie je niet als je regelmatig werkt. Maar na zo’n vakantie valt het meteen op. Ik hoop dat Mevrouw Gruts een mindere dag heeft, anders gaat het bij haar wel erg hard. Mevrouw van de Zorg opent haar ogen en kijkt me aan. Ik pak haar hand vast en zeg gedag waarop zij vraagt: “En wie ben jij dan wel? Zeker een vriendin?”
“Nou, als ik dat mag zijn van u, graag!”
Ze blijft me aankijken en ik zie dat ze zoekt naar herkenning. Ondertussen komt Mevrouw Boot binnen en steekt haar hand naar me op. Ze roept: “hé wat fijn da ge terug bent, ik heb oe gemist.”
“Ja fijn hè, kunnen we de boel weer op stelten zetten!” Even later zie ik dat er bij Mevrouw van de Zorg een lampje gaat branden. Ze kijkt me met pretogen aan. Nu weet ik niet of ze me herkent of dat het is omdat we ‘de boel op stelten gaan zetten’, want dan is ze natuurlijk van de partij.

Even later sta ik samen met Mevrouw van de Zorg aan de afwas. Als we zo aan het rommelen zijn, vraag ik of de pan niet te zwaar is. Ze kijkt me beledigd aan en zegt: “Mevrouw ik heb spierballen als kinderkontjes, alleen niet zo vies!”
Als na de afwas de koffie pruttelt, komt mevrouw Boot met veel bravoure binnenlopen. Zo zegt ze: “Ik heb een ander gehad vanmorgen. Ja. Da was toch fijn. Die mag elke dag wel komen om me wakker te maken.
“Heeft u een ander gehad? Dat begrijp ik niet. Bent u soms vreemdgegaan?”
Ze schiet in de lach: “Nee joh. Ik ben vanmorgen door een man gewassen en aangekleed. En die kan het goed. En hij is gezellig. Ik heb gezegd dat hij elke dag wel mag komen. Kei goed.”
“Moest u daar niet aan wennen dan, een man?”
“Nee hoor, kei leuke man. Niks wennen. Waarom? Hij doet het erg goed.”
En daar komt onze leerling net aangelopen. Ik vertel hem natuurlijk meteen dat hij de complimenten krijgt van Mevrouw Boot. En ze heeft gelijk. Er zijn veel te weinig mannen in de ouderenzorg. En dat is juist zo goed. Je krijgt eens andere praat en een andere kijk op de dingen.

Het is goed om weer terug te zijn.

reageer op deze blog >>

Mooi geschreven, en ik ben het helemaal met je eens!

van Petra uit op 12-06-2010

archief

Deze video kan niet worden weergegeven. Javascript staat uitgeschakeld, of u heeft nog een oude versie van de Adobe Flash Player. Download hier de laatste Flash Player.