Winni

Die man… die ken ik ergens van

30 07 2010 | reacties (2) | reageren

“Wat een grote, skone mens.” Mevrouw Boot zit achterstevoren op haar stoel. Ik sta bij het aanrecht en kijk naar haar. De huishoudelijke dienst komt binnen. Ja, er is een man bij en hij is groot. Mevrouw Boot is meteen vol lof: “We zien veel te weinig mannen hier. We hebben onze leerling en dat is zo’n fijne jongen”, geeft mevrouw de nieuwe kracht mee. “Of hij vakantiewerk komt doen?” “Ja, zoiets”, zegt de man.

Ik moet zeggen, hij pakt het meteen goed op. Hij begint aan de vloer, alle dames doen goed hun benen omhoog als hij met de wisser onder de tafel en stoelen dweilt. “Dat is meteen onze gymnastiek”, zegt Mevrouw Trots. Mijn collega komt eens kijken wat er toch te doen is in de huiskamer. Even later zegt hij: “Ik ken die man ergens van. Hij heeft een bekend gezicht.”

Als de huiskamer gedaan is vertrekken ze naar de appartementen. Mevrouw Boot vertelt nog dat haar appartement niet hoeft, want dat doet ze altijd zelf. De man kijkt haar met bewondering aan, want ze is toch wel op leeftijd. Na een klein half uurtje komt hij terug met een briefje. Hij vraagt wie mevrouw van Zutphen is. Iedereen kijkt naar mij. Ik vertel hem dat hij de vrouw met het blauwe vestje moet hebben. Ik kijk mee, want ik weet wat er komen gaat.

De man stapt op Mevrouw van Zutphen af en vertelt wat hij allemaal heeft gedaan. Nu heeft hij een handtekening nodig, voor de declaratie. “Ja”, zegt Mevrouw van Zutphen, “maar ik zie het niet en ik kan echt niet meer schrijven hoor!” De man zegt dat een krabbeltje ook wel volstaat, en mevrouw lacht en zet een krabbeltje op het papier. Nou, hij krijgt van mij de complimenten. Dit is heel moeilijk voor haar, ze moet haar handtekening zetten wat al ingewikkeld is en daarbij begrijpt ze echt niet waarvoor het is. Ze is vast behoorlijk onder de indruk.

Ik hoop dat deze grote ‘skone’ man vaker komt. Het heeft ons de hele ochtend bezig gehouden, ook omdat hij zo bekend voorkomt. Ik ga eens op onderzoek uit want ik ben echt niet nieuwsgierig, maar wil wel alles heeeeeel graag weten. De dame van de huishoudelijke dienst werpt licht op de zaak. Ze hebben bij de Raad van Bestuur kenbaar gemaakt grote moeite te hebben om binnen de gestelde tijd goed werk te leveren. En de bestuurders meteen uitgenodigd om eens een dag mee te komen draaien. Vandaag dus. Ben benieuwd hoe onze grote, skone man het heeft ervaren.

reageer op deze blog >>

Wat goed om eens een dagje mee te draaien adrie. Dat zouden ze in elk bedrijf moeten doen. Vraag me na het lezen van dit verhaal alleen wel af wie Bishop en Kingsley uit kerkstraat zijn?

van Jemoear uit op 08-10-2010

Schaft

23 07 2010 | reacties (0) | reageren

Tjonge, wat zien de ramen er uit. Je kunt niet meer naar buiten kijken. Na de schilder en een flinke storm zijn ze meer bruin dan doorzichtig. En op ons terras is het al niet veel beter.

De dames van de huishoudelijke dienst hebben het erg druk en onze mensen willen toch wel graag naar buiten kijken. Dan maar zelf aan de slag. Ik zet de terrasdeur open en ga op zoek naar een harde bezem. Druk met het verplaatsen van stoelen en tafels komt al gauw Mevrouw van de Zorg achter me aan: “Hedde nog ene bezum voor mij?”
Ik: “Nou, ik wil de mijne wel afgeven hoor!”
Maar we lopen samen naar het werkhok en vinden daar nog een bezem. We gaan samen aan de gang. Gezellig kletsen en vegen. Wat ligt er toch een troep. Mevrouw van de Zorg staat achter me. Ze leunt op haar bezemsteel en de andere hand heeft ze in haar zij. Ze roept me en vraagt of we ook ‘schaft’ hebben. Natuurlijk hebben we schaft. Ik haal een lekker koud drankje en we zetten ons neer op een bankje in de tuin.

Al gauw raken we in gesprek. Haar broer heeft een boerderij en daar is ze vol lof over. Ik vertel haar dat Piet heeft gezegd dat we goed voor u moeten zorgen, want ‘ons Roos heeft ook altijd goed voor ons gezorgd!’ Mevrouw schiet even vol en ik vind het fijn dat haar broer zo om haar geeft.
“Ja”, zegt ze “onze Piet heeft het met mij wel eens gehad over dood gaan. Wat ik zou willen als ik het allemaal niet meer weet, of als ik bijvoorbeeld erg ziek ben. Ik weet niet meer wat ik gezegd heb, maar onze Piet heeft alles opgeschreven.”
“Nou, dat is mooi, dan hoeft u zich daar geen zorgen meer over te maken.”
“Dat is waar, en nu weer aan de gang want de ramen moeten ook nog!” zegt Mevrouw van de Zorg.
Terwijl ik de ramen was, zit mevrouw in de zon op een schoon terras. Haar ogen zijn dicht. Heerlijk van die kleine gesprekjes. Zo ongedwongen, recht uit het hart.

Een ochtend met beroemdheden

16 07 2010 | reacties (0) | reageren

“Gelukkig je bent er”, Mevrouw van de Zorg is blij als ze me ziet. Ze heeft plaatsgenomen op een stoel voor haar appartement en zat duidelijk op me te wachten. “Ja, ja, ik moet opschieten, ik moet met de bus mee.” Ik vraag of ik nog even mijn tas en jas mag weghangen. Ondertussen kijk ik snel in de agenda of er iets staat. Wordt ze wellicht opgehaald door familie of zo? Niets. “We gaan naar de koningin, Juliana, ja ja”, vertelt mevrouw intussen monter verder. Dan begint er een lampje te branden. Vandaag is de huldiging en Mevrouw van de Zorg roept al de hele week dat ze naar het voetballen moet. Ze kan namelijk erg goed en snel lopen en ze heeft vroeger gevoetbald! We zijn samen tot de conclusie gekomen dat ze wel middenvelder kon worden. Want die lopen immers veel.

“Wat moet ik aan als ik naar de koningin ga?”, vraagt ze. Uw beste kleren natuurlijk. We zoeken samen naar een passende outfit in haar kast. Na even zeg ik: “Ik weet niet wat u er van vindt, maar wat u nu aan heeft is eigenlijk het mooiste wat u heeft.” Voor de spiegel draaiend is ze het eigenlijk wel met me eens. Kom op, zeg ik, dan gaan we een boterham eten, want anders vallen we nog flauw als we bij de koningin staan. Mevrouw van de Zorg is de bus al snel vergeten. We hebben een leuke ochtend, we kijken tv en zijn trots op onze voetballers.

Dan komt Mevrouw Boot binnen, nog een sportliefhebber. Ze mist net het voetballen, maar schuift graag aan voor de Tour. Ineens springt ze overeind en roept: “Dat is hem, dat is hem, dat is lang geleden”. Ik kijk op en zie het peloton voorbij komen. Mevrouw Boot prikt met haar vinger naar de tv en wijst een wielrenner aan. “Ja, die ken ik. Dat is mijn fietsmaat, met hem heb ik heel Frankrijk doorgefietst.” Vol verwondering kijken we op. Heeft u die berg helemaal opgefietst? Ze knikt ja en haar hele gezicht lacht even een heel gelukkig moment. “Och och, wat leuk om hem weer te zien. Ja, ik ken hem heel goed. En de fiets heb ik nog hoor! Die staat bij mijn dochter. Alleen fiets ik niet meer zo goed.”

Samen praten we over de tijd dat we allemaal goed in sporten waren. Het was een gezellige ochtend vol beroemdheden.

Mooier aan deze kant

09 07 2010 | reacties (0) | reageren

Het is erg warm deze week. Dat vindt zijn weerslag op onze mensen. Mevrouw Gruts zit scheefgezakt in haar stoel. Mevrouw Knuffel heeft moeite met lopen. Als ze eenmaal op haar stoel aan de ontbijttafel zit, sluit ze haar ogen en blijft zo zitten. Meestal gaat ze op zoek naar iets te doen met haar handen, maar deze keer niet. Ik vraag of ze een boterham wil. Geen reactie. Dus smeer ik een ‘boterham met bonbons’ zoals zij dat noemt, hagelslag vindt ze heerlijk. Met een beker koude melk erbij ga ik naast haar zitten. Zachtjes ga ik met een knuffeldoekje over haar arm en kijk naar haar gezicht. Even knipperen haar ogen. Ik sla een arm om haar heen en fluister haar naam. “Wat zou uw man tegen u zeggen als hij u uit eten wil nemen? Zoiets als: Lieve Catootje ga je mee uit eten bij Hotel Jillissen (bestaat al lang niet meer, maar wel in haar jeugd)?”

“Gatverpielekes, daar ga ik niet naar toe”, zegt mevrouw Knuffel met een glimlach. Maar haar ogen blijven dicht. Ik vraag of ze haar luikjes open wil doen, maar ze zegt: “Nee., is veel te heet, het is veel mooier aan deze kant.” Ik streel nog even haar hand en arm. Ze heeft een grote glimlach op haar gezicht. Ik vraag of ze wil eten en vooral drinken want dat is erg belangrijk deze dagen. Samen eten we de boterham op. Met gesloten ogen.

We hebben een mooie tuin bij ons huis en een fijn terras. Ik heb de deuren opengezet, iets wat niet zomaar kan, er zijn altijd mensen die het koud hebben. Tijdens mijn koffiepauze ga ik buiten zitten met een kopje koffie, en zoetjesaan wordt ik gevolgd door wat bewoners. Gezellig. Al gauw zit bijna iedereen buiten. Zelfs mevrouw Best – snel geprikkeld door geluiden – ligt in de rolstoel te genieten. Er wordt flink gepraat onderling over het voetballen vanavond. Gaat Nederland naar de finale? Ik vraag aan mevrouw Boot of ze vanavond een lekker glaasje bier lust. “Nou”, zegt mevrouw Meiske, “ik lust wel een donker biertje.” Mevrouw Boot stemt in. Mevrouw Trots gaat voor een glaasje rode wijn. Ik spreek af dat ik het in de koelkast zet en in de agenda schrijf ik: ‘vanavond voetbal met een biertje’.

Als je gaat, ga ik wel mee hoor

02 07 2010 | reacties (2) | reageren

Ik heb al een paar keer gezegd dat ik toch echt ‘nodig eens naar buiten’ moet. Even weg van hier. Elke keer kijkt Mevrouw van de Zorg op en wil ze wat zeggen. Op een gegeven moment staat ze op en zegt: “Moet jij niet nog een boodschap doen?”
“Ja, maar als u mee wilt, moet u een lange broek aan trekken.”
“Nou, dat heb ik zo gedaan.” En weg is ze. Ik loop voor de zekerheid maar even mee.
“Waar lopen we naar toe”, vraagt ze.
“Lopen? We gaan fietsen” Ik leid haar intussen mee naar de mooie rode duofiets.
“Gaan we daarop?” vraagt mevrouw. “Naast elkaar?”
“Ja”, zeg ik, “dan zal ik trappen, en kunt u zingen. Maar wel uw hand uitsteken als we rechtsaf gaan hoor.” Mevrouw van de Zorg heeft het er maar druk mee op de fiets. Roept goedendag tegen iedereen die voorbijkomt. En de mensen hebben alle aandacht, want twee kwebbelende dames naast elkaar op de fiets is natuurlijk geen dagelijkse kost.

We fietsen door de straat waar ze woonde en werkte. Zelf zegt ze dat ze nooit gewerkt heeft, maar gehobbyd. Ik noem de straatnaam tegenover haar oude huis, maar erg gebeurt niets, mevrouw herkent het niet. Jammer, ben toch te laat gegaan. We fietsen verder langs koeien in de wei. Steken een paar keer de rivier de Aa over. Heerlijk.

“We zijn alleen de broodjes vergeten”, zegt mevrouw.

Als we terug zijn, zitten we tevreden en wel op het terras. Als iemand vraagt waar ze geweest is, antwoordt Mevrouw van de Zorg: “Geweest? Ben ik weg geweest? Nee hoor, heb de hele tijd hier gezeten, maar als je gaat, ga ik wel mee hoor.” Ik weet dat ze genoten heeft van het tochtje, jammer dat ze het zelf niet meer weet. Maar het moment was goed en de volgende keer neem ik broodjes mee.

reageer op deze blog >>

Wat leuk om dit te lezen. Ik heb vorige week ook 4 rondjes gereden op de duofiets met bewoners......je hoort dan de meest intieme verhalen van hen!

van Gerda uit op 05-07-2010

archief

Deze video kan niet worden weergegeven. Javascript staat uitgeschakeld, of u heeft nog een oude versie van de Adobe Flash Player. Download hier de laatste Flash Player.