Reisverslag Droombus 5 november – GroenekruisDomicura, Maastricht
Op naar GroenekruisDomicura aan de andere kant van de Maas. “Ik maak me zorgen om het afbrokkelen van onze mooie verzorgingsstaat. Is de enige zorg die we straks nog hebben mantelzorg? Met meer geld en meer waardering is zoveel te bereiken.” De kraamverzorgster uit de groep haakt aan. “De mensen zijn altijd zo blij als we komen. Als ze hun verhaal kwijt kunnen, als er iemand luistert die weet waar het over gaat. Ik zou kraamkundige eigenlijk een veel mooiere naam vinden.”
Over BSN nummers, CIZ indicaties en ZZP’s is de groep kort. “Laat dat aan de zorg zelf over. Als dat geen miljard per jaar scheelt! En dan heb ik het nog niet eens alleen over de vele veranderingen, waardoor de indicaties steeds krapper worden.” Het verder dromen leidt tot een warm pleidooi voor betere opleidingen. “De basiskennis wordt steeds slechter. Kennis van rekenen is dan misschien niet het eerste waar je aan denkt voor een verzorgende, maar een dosering van 1 ml of 1 dl is toch echt een heel verschil! En sondevoeding moet je toch uit kunnen rekenen.” En dat idee voor een hernieuwde wervingscampagne onder verzorgenden die gestopt zijn? Goed idee, morgen doen. De uitsmijter van de sessie is dan ook een mooie. “Het is het mooiste beroep ter wereld en het wordt alleen maar leuker.”
Tijd voor het tweede gesprek bij Groene Kruis Domicura. Als de kussentjes in de rug verdeeld zijn, brandt de groep los. “Een nieuwe regel erbij mag alleen als er 10 bestaande regels weggaan. Welke regel als eerste weg mag? CIZ! Indiceren kunnen we zelf. Wij zijn de professionals, de experts, die elke dag de mensen zien. Dat is toch anders dan vanachter je bureau indiceren als je al 10 jaar weg bent uit de zorg.” Ja, ga daar bijvoorbeeld maar eens aanstaan, zo’n multicomplex gezin. “Ik zou best wel terug willen naar de oude situatie. Waar je een gezin van voor de geboorte volgt, de kraamverzorgster en de hielprik meemaakt en het kind ziet tot aan het consultatiebureau. Nu is het zo versnipperd. Een gezin ziet wel drie, vier personen voorbijkomen. Het zal wel goedkoper zijn, maar het is niet goed voor het gezin en voor de zorg.” Dus wat doen de medewerkers? Ze gaan flexibel om met de regels. Ze stoppen niet om vijf uur, maar zeggen ‘je kunt me vanavond bellen.’ En ze hopen dat het wijkgerichte werken dat eraan komt, hier een goede bijdrage aan kan leveren. In de tussentijd dragen ze hun eigen extra steentje bij. “Ik ga met kerst dit jaar een bewoner bezoeken.”
Als ik zeg dat ik ga afronden, hoor ik gelach. Een geintje met een seintje. “Nou hebben we het over tijd voor de zorg en nou is de tijd op.” Zo voelt dat dus!
