Reisverslag Droombus 9 november – ZorgBreed, Capelle a/d IJssel
De kans dat medewerkers of cliënten van Stichting ZorgBreed in een speciale zorgeditie van de Playboy verschijnen, om het imago van de ouderenzorg wat meer sexy te maken, acht ik klein. Toch was dit een van de ideeën die op tafel (lees: op bed) kwam tijdens ons droombusgesprek. Want ook dit soort gespreksstof krijg je, als je met acht mensen tegelijk het bed deelt. “Een droom die uitkomt”, riep de man van de Technische Dienst spontaan.
Zonder gein, de ouderenzorg moet van het stoffige imago af. Tijdens het gesprek praten de deelnemers vol enthousiasme over de ouderenzorg. “Ik schaam me er soms voor dat ik heel enthousiast over het vak ben, net of ik dat niet mag zijn. Dan krijg ik de neiging om me te verexcuseren hiervoor. Dat is gek. Natuurlijk mag ik trots zijn op mijn werk. Wat is er mooier dan een glimlach zien bij een cliënt die normaal heel teruggetrokken is. We moeten samen met meer trots over het vak praten. Gaan er dingen slecht, dan hoor je dit overal. Gaan er dingen goed, dan hoor je niets.”
Good PR begins at home, een van de quotes die ik al jaren gebruik. Een punt waar de 450.000 mensen die in de zorg werken nog een hele slag kunnen winnen.
“We moeten meer vertellen over ons vak. Op feestjes vertel ik, samen met mijn vriendinnen die ook in de zorg werken, vaak expres de leuke verhalen. De lol die we hebben. Anekdotes over bijvoorbeeld de vrouw die me dagelijks vraagt: “Zuster, moet ik zo naar school?” Dat ik een keer antwoord: “Ja en ik kom vandaag naast u zitten.” Ze kijkt me bedenkelijk aan. “Je neemt me in de maling hoor… Het is vandaag zondag”. Eigenlijk zouden we met deze bus de mensen van straat moeten plukken en naar ons huis rijden om hier het werkelijke beeld van zorg te laten ervaren.”
“Ook onderling mogen we positiever zijn. Bijvoorbeeld door op het einde van de dag een kwartier de dag te evalueren. Even gal spuwen wat er allemaal verkeerd is gegaan, maar vooral ook delen wat er goed is gegaan. En eindigen met: het was druk, maar dat hebben we samen weer mooi gefixt”
“Je moet je werk zelf ook leuk maken, en hier vooral tijd voor vrijmaken. Het zit hem vaak in kleine dingen. Zelf ben ik gek op wedstrijdjes. Laatst had ik een grote pompoen op de afdeling gezet. Met de prijsvraag: raad hoeveel deze pompoen weegt en win… Je trekt meteen een heel blik gespreksstof open, over cliënten die altijd een volkstuintje hebben gehad, pompoensoep, herfst… Het organiseren van zo’n activiteit kost niet veel tijd en iedereen is enthousiast. Deze ideeën moeten we ook meer met elkaar delen, dan hoef je niet elke keer het wiel opnieuw uit te vinden.”
“We hebben niet meer te maken met oude, zeurende mannetjes. We hebben te maken met mensen die modern van geest zijn. Laatst vroeg een cliënt of Mieke Telkamp nog leeft. Ik wist het antwoord niet. “Wacht even”, riep een andere cliënt, “dan google ik even….”
“Het vak is ook veel veelzijdiger dan ons imago. Op televisie zie je altijd die softe beelden, van een verzorger die een arm om iemand heen slaat. We hebben veel meer capaciteiten dan wordt belicht. Dagelijks hebben we verschillende petten op. Elke cliënt heeft weer een andere behoefte. We schakelen constant. Als je in een ander vak zoveel schakelt, dan heet je ‘High Tech ICT-er’, ons noemen ze ‘zuster’.”
